Thailand wordt gekenmerkt door een weelderige begroeiing en is in landschappelijk en politiek opzicht te onderscheiden in zes gebieden:
- Bangkok
- Noorden
-
Noord-oosten
-
Oosten
- Centraal
- Zuiden
Bangkok is de drukke hoofdstad met naar schatting ruim 12 miljoen inwoners en een bijbehorend groot aanbod aan culturele bezienswaardigheden zoals de Grand Palace, een ontelbaar aantal tempels, winkels, restaurants en uitgaansmogelijkheden. Het Noorden is bergachtig met als hoogste punt de Doi Inthanon (2596m) ten zuiden van Chiang Mai. Deze streek is begroeid met teakwouden, rijstvelden en resten van regenwoud. Hier leven in het grensgebied van Myanmar en Laos ook vele bergstammen.
Het Noord-oosten van Thailand wordt ook wel I-San genoemd en wordt gedomineerd door het droge Korat-plateau. De regio wordt begrensd door de Mekong rivier in het noorden en de grens met Cambodja in het zuiden. Dit gebied is nog nauwelijks toeristisch ontwikkeld en biedt nog de mogelijkheid om de Thai in hun oorspronkelijke leefwijze te aanschouwen.
Het centrale laagland is het hart van de Thaise rijstteelt en is rijk aan culturele en historische bezienswaardigheden, zoals de oude Thaise hoofdstad Ayutthaya. De belangrijkste rivier van Thailand, de Chao Phraya, stroomt door dit gebied om vervolgens iets ten zuiden van Bangkok uit te monden in de Golf van Thailand. Ten oosten van Bangkok aan de kust liggen een aantal drukbezochte badplaatsen zoals Pattaya en Jomtien en eilanden als Koh Samet en Koh Chang.

Het zuiden van Thailand is begroeid met een weelderige tropische vegetatie en is het meest toeristische gebied. Voor de kust liggen eilandjes met paradijselijke stranden. De bekendste hiervan zijn Koh Samui aan de oostzijde en het (schier)eiland Phuket aan de westkant. Daarnaast zijn er nog vele minder toeristisch ontwikkelde eilanden te vinden zoals Koh Phangan en Koh Tao, welke een must vormen voor duik- en snorkelliefhebbers.